Wat is cervicale dystonie

Cervicale dystonie (ook wel torticollis spasmodica of spas- modische torticollis genoemd) betekent letterlijk dystonie van de nek.

Dystonie is een neurologische aandoening die zich kenmerkt door onwillekeurige spiercontracties ofwel verkrampingen. Dat wil zeggen dat de spieren buiten de wil van de patiënt om bewegen.

Bij cervicale dystonie zijn het de hals- en nekspieren die hierdoor getroffen worden, waardoor er abnormale standen en bewegingen van het hoofd optreden. Cervicale dystonie is de meest voorkomende vorm van dystonie. In Nederland wordt het aantal patiënten op ongeveer 8.000 geschat. Cervicale dystonie is een chronische ziekte die in ernst varieert van een klein ongemak tot een uitgebreid klachtenpatroon. 

Wat zijn de symptomen van dystonie

De meest kenmerkende symptomen van cervicale dystonie zijn scheefstand, schokken, pijn en een tremor (beven) van het hoofd. Deze symptomen kunnen al dan niet samen op- treden. De nekspieren die onwillekeurig verkrampen, bepalen het beeld van de cervicale dystonie. Er kan sprake zijn van een afwijkende stand van het hoofd of van afwijkende bewegingen. Het hoofd staat dan bijvoorbeeld in een bepaalde richting gedraaid en maakt voortdurend schokken in die richting. Standen van het hoofd kunnen voorkomen in de vorm van een draaiing (torticollis), een zijwaartse kanteling (laterocollis), een achterwaartse strekking (retrocollis) of een vooroverbuiging (anterocollis). Vaak komt er een combinatie van deze afwijkende houdingen voor.

Ongeveer 75% van de patiënten heeft, regelmatig tot constant, nekpijn door het trekken aan de aanhechtingsplaaten van de nekspieren van het achterhoofd.

De pijn kan ook uitstralen naar arm en hand. Meestal zijn dan de zenuwen geïrriteerd die van de nek naar de arm lopen. Hoewel de pijn meestal niet het grootste probleem is bij cervicale dystonie, kan deze in sommige gevallen invaliderend zijn. Ook de handen kunnen beven. Het beven moet niet verward worden met gelijksoortige verschijnselen bij de ziekte van Parkinson.

De klachten verergeren bij de meeste patiënten bij vermoeidheid of stress en verminderen tijdens ontspanning. Een steuntje voor het hoofd of een geringe aanraking door de patiënt van zijn/ haar wang of kin, zijn trucjes om het hoofd stiller te houden. Mogelijk worden hierdoor gevoelszenuwen geprikkeld die informatie naar de hersenen brengen, met behulp waarvan de bewegingen van hoofd en nek gemakkelijker zijn te controleren. Als de patiënt slaapt verdwijnen de klachten.

Behandelen van dystonie

De behandeling is voornamelijk gericht op het bestrijden van symptomen omdat de precieze oorzaak van cervicale dystonie niet bekend is. De belangrijkste pijlers van de behandeling zijn gericht op het ontspannen van de overactieve spieren en de pijn. Tegenwoordig bestaat de behandeling vooral uit het toedienen van Botulinetoxine injecties in de aangedane spieren. Botulinetoxine injecties zijn bij 70 tot 90% van de patiënten effectief. Hoewel ze niet genezen, verbeteren ze de kwaliteit van leven voor veel patiën- ten aanzienlijk. Door Botulinetoxine in de juiste hoeveelheden en in de juiste nek-/ halsspieren te spuiten, verslappen de spieren die verantwoordelijk zijn voor de onvrijwillige bewegingen. Hierdoor verminderen de abnormale hoofd-en nekbewegingen en de hiermee samenhangende pijn. De gemiddelde werkingsduur ligt tussen de 12 tot 24 weken, waarna de patiënt weer terug naar het ziekenhuis moet voor nieuwe injecties. Bijwerkingen zoals slikstoornissen kunnen optreden, maar zijn van voorbijgaande aard. Aanvullend kunnen er eventueel ook andere medicijnen worden gegeven die gericht zijn op het verminderen van de overactiviteit van de spieren. Medicamenteuze behandeling met Trihexyfenidyl (Artane) is het best onderzocht. Dit medicijn geeft 40% van de patiënten verlichting van de symptomen, maar heeft vooral bij oudere mensen ongewenste bijwerkingen zoals: geheugen- en concentratiestoornissen, verwardheid en droge mond. Mochten de Botulinetoxine injecties en aanvullende medicatie niet genoeg zijn om de klachten te verminderen, dan kan er overwogen worden om een operatieve behandeling in te zetten, waaronder diepe hersenstimulatie. 

Naast de medische behandeling met Botulinetoxine injecties en medicatie worden patiënten vaak doorverwezen voor fysiotherapie of oefentherapie. De doelen van de fysiotherapeutische behandeling zijn: de flexibiliteit van de wervelkolom en de nekspieren te behouden, de intensiteit van de spasmen of dystone activiteit te verminderen, het verkrijgen van een vrijwillige en automatische beheersing van een correcte stand van het hoofd en het verlichten van pijn. Daarnaast richt fysiotherapie zich op het corrigeren van compenserende bewegingen in de hals, rug en lendenstreek als gevolg van een afwijkende stand van het hoofd. Ook bij ontspanningsoefeningen kunnen patiënten baat hebben. Vooral de combinatie van fysio-/oefentherapie met Botulinetoxine injecties lijkt veelbelovend, omdat de symptomen hierbij effectiever worden behandeld dan met Botulinetoxine injecties alleen.

Bron www.dystonievereniging.nl

In onze praktijk hebben we veel ervaring met de behandeling van cervicale dystonie of torticollis spasmodica.

 

We werken volgens de methode Bleton. Deze methode is bewezen effectief.

Lees hiervoor de behandelrichtlijn Cervicale dystonie van Dystonienet.

BEKKENKLACHTEN

Het Bekken

 

Het bekken is samengesteld uit een aantal verschillende botten: aan de rugzijde het ‘heiligbeen’ (sacrum), aan beide zijkanten een ‘darmbeen’ (os ilium) en aan de voorzijde onder in de buik de ‘schaambeenderen’. Het heiligbeen vormt het onderste deel van de wervelkolom.

Aan de achterzijde van de rug is het heiligbeen aan beide zijden verbonden met het darmbeen. Deze verbinding wordt het sacro-iliacale gewricht genoemd, vaak afgekort als SI-gewricht. Deze gewrichten bevinden zich laag op de rug ter plaatse van de twee kleine kuiltjes aan weerszijden van de wervelkolom. Het schaambeen is de voortzetting van het darmbeen naar de voorkant van het lichaam. De verbinding tussen de schaambeenderen midden-onder in de buik heet symfyse.

 

De verbindingen tussen de verschillende onderdelen van de bekkenbeenderen in de symfyse en in het SI-gewricht bestaan uit kraakbeen. Rond deze verbindingen zijn er elastische banden en kapsels om ze te verstevigen. In de zwangerschap worden deze verbindingen soepeler en rekbaarder. Dit kan gezien worden als een voorbereiding op de bevalling: hierbij moet namelijk een kind door het bekken naar buiten komen. Een bekken dat minder star is en een beetje ‘meegeeft’ kan hierbij behulpzaam zijn. Het proces van versoepeling van de verbindingen tussen de bekkenbeenderen maakt dat deze beweeglijker worden ten opzichte van elkaar. Dit gaat soms gepaard met pijnklachten.

Verschillende klachten kunnen te maken hebben met de bekkenbodem. Voorbeelden zijn: moeite hebben met het ophouden van de urine, het gevoel hebben dat er iets uit de schede naar buiten zakt, aan verstopping lijden of juist ontlasting verliezen.
De bekkenbodem, de blaas, de darmen en de schede liggen dicht tegen elkaar aan. Vaak komen daarom tegelijkertijd verschillende klachten voor. Veel vrouwen hebben het gevoel dat er weinig aan hun klachten te doen is.

 

Bouw en werking van de bekkenbodem

De bekkenbodem bevindt zich aan de onderzijde van het bekken en vormt samen met de botten van het bekken de onderkant van de buikholte. Door de bekkenbodem lopen de blaas en urinebuis (urethra), de schede (vagina) en het uiteinde van de dikke darm (rectum). Ze worden op hun plaats gehouden door spieren van de bekkenbodem en ophangbanden die vastzitten aan de botten van het bekken. Bij bewegingen als hoesten of lachen neemt de druk in de buik toe. De bekkenbodem houdt dan alle organen op hun plaats. Zenuwen, banden en spieren van de bekkenbodem zorgen ervoor dat u de blaas, de darm en de schede af kunt sluiten als u dat wilt. Door de bekkenbodemspieren te ontspannen kunt u plassen, gemeenschap hebben of ontlasting hebben. Om urine en ontlasting kwijt te raken moeten ook de blaas en dikke darm normaal werken en zich kunnen samentrekken en verslappen.
Samengevat zorgt de bekkenbodem er dus voor:

  • dat de buikholte wordt afgesloten, zodat buikorganen niet naar buiten komen
  • dat u urine en ontlasting niet ongewenst verliest
  • dat u als u dat wilt kunt plassen en ontlasting kunt hebben
  • dat u gemeenschap kunt hebben

Kaakgewricht klachten

KAAKGEWRICHTKLACHTEN

Heeft u kaakproblemen?

Het kauwstelsel bestaat grofweg uit de kauwspieren, kaakgewricht en gebit. De meest voorkomende klachten bij kaakproblemen zijn: pijn of vermoeidheid van de kauwspieren, het niet goed kunnen openen van de mond, pijn rond het kaakgewricht (vóór het oor), knappende of krakende kaakgewrichten, overgevoelige of pijnlijke tanden en kiezen, en abnormale slijtage van het gebit. Maar ook oorpijn, hoofdpijn en nekpijn kunnen te maken hebben met stoornissen in het kauwstelsel. Herkent u een of meerdere van deze symptomen, dan is de kans groot dat u last heeft van kaakproblemen.De medische term voor kaakproblemen is temporo-mandibulaire dysfunctie, kortweg TMD genoemd. TMD is de verzamelnaam voor problemen van het kauwstelsel. Ruim 21% van de Nederlandse bevolking heeft wel eens last van TMD, slechts 2 tot 3% zoekt hulp.

 

Waardoor ontstaan kaakproblemen?

Kaakproblemen kunnen ontstaan door overbelasting van de kauwspieren. Dit gebeurt door bijvoorbeeld klemmen, knarsen, nagelbijten, lipbijten, wangbijten, kauwgom kauwen, penbijten of tongpersen tegen tanden of gehemelte. Ook kan stress een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van overbelasting van de kauwspieren. Denkt u maar aan gezegdes als ‘je verbijten’ en ‘kiezen op elkaar en doorgaan’. Uw kaakproblemen kunnen echter ook te maken hebben met problemen vanuit het kaakgewricht. Het kaakgewricht bevat een kraakbeenschijf (discus) die verschoven kan zijn (waardoor er geluiden ontstaan) of die het gewricht doet blokkeren. Dit kan leiden tot een beperkte mondopening. Verder kunnen kaakproblemen het gevolg zijn van gebitsproblemen. De tanden en kiezen kunnen slijten door tandenknarsen, maar er kan ook gewoon sprake zijn van kiespijn.

Wat kunt u eraan doen?

Kaakproblemen zijn doorgaans goed op te lossen. Het eerste wat u zelf kunt doen, is informatie inwinnen bij een deskundige. Een geregistreerde kaakfysiotherapeut (officiële naam is orofaciaal-fysiotherapeut) is specialist op het gebied van TMD en problemen die daarmee te maken hebben. Deze fysiotherapeut heeft een aanvullende opleiding gevolgd en is geregistreerd bij de Nederlandse Vereniging voor Orofaciale Fysiotherapie (NVOF). De orofaciaal-fysiotherapeut is dus de deskundige bij uitstek die u kan adviseren.

Wat kan de kaakfysiotherapeut voor u doen?
De kaakfysiotherapeut analyseert aan de hand van vragenlijsten en een kort onderzoek uw klachten. Vervolgens bespreekt de kaakfysiotherapeut de beste aanpak van uw probleem. Als er sprake is van kaakproblemen, dan kan de kaakfysiotherapeut u zelf begeleiden, bijvoorbeeld in het geval van tandenknarsen of kaakpijn. Is er sprake van een ander probleem, dan zal de kaakfysiotherapeut u direct doorverwijzen naar een deskundige met wie hij of zij samenwerkt.
Verwijzing en vergoedingVanaf januari 2006 zijn fysiotherapeuten bij wet direct toegankelijk. Dat betekent dat u zonder verwijzing van een arts of tandarts een afspraak kunt maken met de kaakfysiotherapeut. De kosten voor een consult en diverse behandelingen zijn op te vragen bij uw kaakfysiotherapeut. Bij uw zorgverzekeraar kunt u informeren of deze vorm van fysiotherapie in uw geval vergoed wordt.

Maak een afspraak met onze kaakfysiotherapeut

 

ENKELKLACHTEN

Aandacht voor een verstuikte enkel

Vlot herstellen en blijvende klachten voorkomen.
Het gebeurt vaak in een onbewaakt moment. Op een drempel of een ongelijke stoep, tijdens het sporten, bij een ongelukkige val of landing na een sprong. Plotseling kantelt uw voet te ver naar binnen of naar buiten. Het gevolg is een verstuikte (ook wel: verzwikte) enkel. Staan is pijnlijk en lopen gaat moeilijk. Wat kunt u het beste doen om ervoor te zorgen dat de enkel zo goed mogelijk herstelt? Dat leest u op deze pagina. Vanuit de jarenlange ervaring met fysiotherapiebehandelingen aan de verstuikte enkel geven we aanwijzingen voor de periode direct na de verstuiking. Ook leest u wat de fysiotherapeut, als deskundige van het dagelijks bewegen, kan betekenen bij de behandeling van langer durende(oftewel chronische) klachten en waarom het zo belangrijk is om blijvende problemen te voorkomen.

Wat is een verstuikte enkel precies?
Uw enkel wordt verstevigd door een gewrichtskapsel, pezen en meerdere enkelbanden. Deze lopen langs de binnen- en buitenkant van het gewricht. Bij een verstuiking gaat het meestal om de banden aan de buitenkant van de enkel. Wat er gebeurt, is dat de enkelbanden uitrekken waarbij kleine scheurtjes ontstaan. Zelfs de hele enkelband kan scheuren. Soms voelt u daadwerkelijk dat er iets knapt of scheurt op het moment dat u de enkel verstuikt. Er kunnen makkelijk bloedvaatjes stuk gaan waardoor de enkel dik en blauw wordt.

Chronische klachten.
Chronische klachten. Er is een kans dat de klachten na een enkelbandblessure aanhouden en chronisch worden. Uw enkel blijft dan pijnlijk en instabiel, waardoor u het gevoel of de angst heeft om wéér door uw enkel te zakken of regelmatig te zwikken. En dat vergroot de kans op een nieuwe blessure. Langdurige klachten kunnen leiden tot afname van kracht en een verminderde coördinatie en – na verloop van tijd – uithoudingsvermogen. Dit zorgt voor problemen bij uw dagelijkse activiteiten. Een adequate behandeling van een enkelbandblessure is dan ook belangrijk om de kans op chronische klachten te verkleinen.
Wat kunt u zelf doen?
Als u een enkel verstuikt, begin dan zo snel mogelijk met koelen, liefst nog met de schoen aan. Daarna zijn er verschillende manieren om de zwelling te beperken. Koel bij voorkeur gedurende 15 tot 20 minuten met koud stromend water of met ijs. Let wel op met ijs: breng dit nooit direct op de huid aan maar bijvoorbeeld in een washandje of gewikkeld in een katoenen handdoek om te voorkomen dat de huid bevriest. Herhaal het koelen 4 tot 5 keer per dag. Uw enkel wordt dan niet zo dik en u krijgt minder pijn. Om de zwelling te verminderen, is het goed om na het koelen rondom druk op de geblesseerde enkel uit te oefenen, bijvoorbeeld met een elastisch verband of een zwachtel. Kunt u na het koelen nog steeds niet steunen op de geblesseerde enkel? Ga dan naar uw huisarts, fysiotherapeut of de eerstehulpafdeling van een ziekenhuis. Als uw enkel toch dik en pijnlijk is geworden, is een korte tijd rust het beste. Beperk lopen tot de ergste zwelling weg is. De genezing gaat sneller als u wel regelmatig uw enkel beweegt, bijvoorbeeld door rondjes te draaien met de tenen of de voet. Dit bevordert de doorbloeding, dringt de zwelling terug en voorkomt stijfheid.Verder is het belangrijk om de voet zo vaak als mogelijk hoog te leggen. Ook dit vermindert de zwelling.

Behandeling van een verstuikte enkel.
Bij een lichte tot matige verstuiking van de enkel is het vooral van belang om de zwelling en pijn te bestrijden. Meestal krijgt u een zwachtel of een elastische kous voorgeschreven. Bij een zwaardere blessure kan meer ondersteuning nodig zijn in de vorm van bijvoorbeeld tape, een brace of een spalk. Een eventuele breuk in het bot kan op advies van een arts met een röntgenfoto of scan uitgesloten worden. Bij een ernstige verstuiking kan kortdurend een gipsverband nodig zijn gevolgd door een tapeverband gedurende enkele weken of, in bijzondere situaties, een chirurgische ingreep. Wanneer nodig kan een arts een ontstekingsremmend en/of pijnstillend middel voorschrijven om een eventuele ontsteking en de pijn tegen te gaan.

Hoe verloopt het herstel?
Als u een paar dagen na de ‘misstap’ weer gewoon op uw enkel kunt staan en in staat bent om te lopen, kunt u ervan uitgaan dat u een lichte verstuiking had en het herstel voorspoedig verloopt. In principe kunt u de enkel belasten tijdens de gewone dagelijkse bezigheden. In de meeste gevallen van verstuiking kunt u binnen één tot twee weken weer normaal lopen en, afhankelijk van wat voor werk u doet, weer aan de slag. Vrijwel iedereen kan zes tot acht weken na een enkelbandblessure weer normaal functioneren en na acht tot twaalf weken weer sporten.
Complicaties komen gelukkig weinig voor. Abnormale verschijnselen zijn erge, steeds toenemende pijn, erge stijfheid, grote instabiliteit of het gevoel dat het gewricht blokkeert. In deze gevallen kunt u beter overleggen met uw arts of uw fysiotherapeut.
Het is verstandig om twee tot drie weken helemaal niet te sporten en daar pas weer mee te beginnen als de pijn- en zwikklachten weg zijn. Het is aan te raden om, afhankelijk van het soort sport, dan een tijdje gebruik te maken van een zwachtel of (bij voorkeur) een brace om de enkel te beschermen. Doe echter de brace niet voor lange tijd om, want dan raakt de enkel ‘gewend’ aan deze steun. Het is de bedoeling dat u op den duur weer zonder kunt. Een fysiotherapeut kan u adviseren hoe u de enkel in uw situatie het beste kunt belasten en beschermen.

Wat kan fysiotherapie betekenen bij een verstuikte enkel?
Behandeling en begeleiding door een fysiotherapeut kunnen nodig zijn als u klachten blijft houden en uw enkel nog niet kunt belasten zoals voor de blessure. Ook met chronische klachten kunt u bij de fysiotherapeut terecht.
In eerste instantie bekijkt de fysiotherapeut de aard en ernst van uw enkelbandletsel en geeft aan hoe het verwachte herstel eruit zal zien. Ook geeft de fysiotherapeut voorlichting, adviezen en oefeningen. Hij begeleidt het herstelproces en leert u, wanneer nodig, hoe u een tape, bandage of brace moet gebruiken. Als u de enkel niet kunt belasten zoals u zou willen, bijvoorbeeld voor uw werk of hobby’s, stelt de fysiotherapeut een behandel-/trainingsprogramma op dat afgestemd is op uw persoonlijke situatie. Het uiteindelijke doel is dat u weer alles kunt doen met uw enkel wat u ook vóór de blessure kon, inclusief sport. Het moment dat u weer aan het werk gaat of kunt gaan sporten, al dan niet op uw oude niveau, bepaalt u meestal in overleg met de fysiotherapeut of arts.
Ook bij chronische enkelklachten geeft de fysiotherapeut u inzicht in de aard en ernst van de enkelbandblessure en het te verwachten herstel. Uiteraard zijn voorlichting, advies en oefeningen afgestemd op uw situatie. Evenals de behandeling en de begeleiding bij eventueel gebruik van tape, bandage of brace.
Informeer voor een fysiotherapeutische behandeling bij uw huisarts, fysiotherapeut, bedrijfsarts of specialist. Over de vergoeding van de behandeling kunt u de informatie van uw ziekenfonds of particuliere ziektekostenverzekeraar raadplegen.

Hoe kunt u in de toekomst een verstuikte enkel voorkomen?
U kunt enkele voorzorgsmaatregelen nemen. Draag in de eerste plaats goed passende schoenen. U kunt uw onderbeenspieren trainen. En er is de mogelijkheid om tape of (nog beter) een brace te dragen bij met name risicovolle sporten, zoals zaal- en contactsporten. Beperk echter het gebruik ervan bijvoorbeeld tot wedstrijden. Het is af te raden om tijdens het trainen en sporten altijd een brace (of tape) te gebruiken omdat uw enkel er dan teveel ‘aan went’ en zelf onvoldoende steun biedt. Tot slot een mogelijk misverstand: het dragen van een zwachtel geeft geen bescherming tegen verstuiking.